maandag 14 september 2009

BPV De Speeldoos





Op Donderdag 10 September Ben ik Begonnen Op De Speeldoos.
Daar ga ik de komende 5 maanden stage lopen.
Het is een peuterspeelzaal, er zijn 3 groepen.
Leeftijd 2 tot 4 jaar.

zondag 1 maart 2009

Maandverslag 1
Pinar Yoldas.
Periode: 3 februari tot en met 13 februari

Mijn Leerdoelen

Meer zeker zijn over mezelf en mijn gedrag.
Bewust zijn van mijn omgeving, (observeren) zodat ik wel alles mee krijg wat er om me heen gebeurt.
Cliƫnten begeleiden bij ontwikkeling
Activiteiten kunnen organiseren.
Situaties bespreekbaar maken met leidsters
Kunnen zien wat er achter het gedrag van een kind ligt, waarom en hoe hij/zij zich zo gedraagt op de manier hij/zij zich gedraagt.
Kunnen meepraten in gesprekken tussen leidsters en andere stagiaires
Een observatieplan kan opstellen.
(non) verbale signalen kunnen benoemen.

Belangrijkste wat ik al op het kennismakingsgesprek heb geleerd is dat wanneer een kind of peuter valt dat je hem/haar niet optilt, je wacht en kijk hoe het kind zelf opstaat en of hij/zij kan opstaan. Zodat je kan denken of er kneuzingen zijn of niet.
Op de peuterspeelzaal als stagiaire werken is ook nieuw voor mij. Dat heb ik niet eerder gedaan. Vorig jaar heb ik op het Zuiderspeeltuin als vrijwilliger gewerkt. Peuterspeelzaal is meer professioneel en gedisciplineerd.
2 concrete situaties waaruit blijkt hoe het contact verlopen is
Situatie 1

Bij de peuterspeelzaal zijn 2 leidsters afwezig in verband met ziekte. Daarom komt er soms wel is inval leidster van een andere peuterspeelzaal ( nijntje). Janet een van mijn begeleiders die werkt daar ook op bepaalde dag delen. Toen ik hoorde dat er een andere leidster zou invallen voor 1 van mijn leidsters was ik wel zenuwachtig. Omdat ik ook niet wist hoe zij bijvoorbeeld er tegen aan kijkt. Nadat ze is gekomen hebben we kennisgemaakt, zij was ook open en lief. Wat erg meeviel en ik me wel weer op me gemak voelde. Het liep goed voor de rest van de middag. Ik kreeg nog een compliment van haar dat ik het wel goed deed. Wat me erg blij maakte. Maar van mezelf weet ik ook dat ik nog heel veel moet leren. Maar dat ik begin stapjes goed doe, doet mijn zelfvertrouwen wel goed.
Situatie 2.

Zoals op een normale dag in de middag op de peuterspeelzaal, zat ik zoals gewoonlijk bij een peuter om te kijken hoe hij de puzzelstukjes in elkaar zette, en begeleidde hem ook wel door tipjes te geven, zoals; het puzzelstukje wat je gelegd hebt is oranje en daar onder moet er ook een oranje kleurige puzzel stukje bij. Toen kwam er een andere peuter naar mij toe en vroeg of ik mee wilde komen naar het verkleedhok waar ook de keuken is. Ik gaf aan dat ik nog even bezig was hier aan de tafel en dat ik er zo aan zou komen. Nadat het puzzelstukje is afgemaakt. Kwam ze weer naar me toe om te vragen of ik al kwam, ik liep met haar mee en ging op een stoeltje zitten, vroeg wat ze te eten ging maken en of ik wat lekkers kreeg. Ze ging voor mij zitten met een poppetje in de hand, ik nam aan dat ze niks ging maken maar alleen wou dat ik er ook bij zat. Gelukkig waren er andere peuters, die wel aan het koken waren. We hadden allemaal wat lekkers gegeten. Daarna vroeg ik of ik wel weg mocht om bij andere peuters te kijken, dat vond ze wel goed.

Nieuwe leerdoelen.
Activiteiten kunnen organiseren.
Situaties bespreekbaar maken met leidsters
Kunnen zien wat er achter het gedrag van een kind zit, waarom en hoe hij/zij zich zo gedraagt op de manier hij/zij zich gedraagt.
Kunnen meepraten in gesprekken tussen leidsters en andere stagiaires
Een observatieplan kan opstellen.
(non) verbale signalen kunnen benoemen.
Elke dag mijn ervaringen opschrijven over de peuterspeelzaal.



Mijn stage plek

Ik loop stage bij peuterspeelzaal De Boei.
Waar ik het erg naar me zin heb, wat ik erg gezellig vind.

Ben met me stage begonnen op 2 februari 2009

maandag 23 februari 2009

Wat Moet ik doen??

Leidster van een kinderdagverblijf vertelt:

Een kind uit mijn groep ziet er onverzorgd uit als het wordt gebracht door de ouders en ruikt niet altijd fris.
Moet ik hier iets over zeggen tegen de ouders?
Mag ik hier uberhaupt wel iets over zeggen tegen de ouders?
Stel dat ik het ga zeggen, hoe moet ik dat dan doen en wanneer?


Het is toch wel erg moeilijk om daar een antwoord op te vinden. Hetzelfde probleem hebben wij zelf ook op de peuterspeelzaal. Het peuter ziet er alleen erg onverzorgd uit, soms zelfs als het peuter wordt gebracht zit er nog jam op de wangetjes. Ik neem aan als je daar als een vaste leidster werkt, je het wel kunt bespreken met de ouders. Wanneer je een afspraak hebt gemaakt met de ouders voor 15 a 30 minuten.
Natuurlijk als er ook dergelijk de peuters of de leidsters er last van hebben is het wel handig om het aan te geven. Of met hintjes. Bijvoorbeeld dat je 1 of 2 keer het kind zelf opkanpt en wanneer de ouders hemof haar ophalen dat je er bij zegt 'kijk is wat ziet hij/zij er fris uit'. Dat is mogelijk, ik ben er ook niet 100 procent zeker van of het wel kan.

Wat is jullie mening hierover

dinsdag 20 januari 2009

HIER IS HET DAN.
ONZE THEMATAFEL...




Nog een andere foto..

Zakgeld

Ik vind dat je natuurlijk eerst aan kinderen kunt proberen te uitleggen wat het nut van geld is. Bij ons in de familie zie ik veel kleine kinderen tussen 4 en 10 jaar, bij de suikerfeest of op andere feestdagen met een portemonee lopen. Het is een traditie bij ons om aan kleine kinderen geld te geven op feestdagen. De kinderen hebben ook wel in de gaten dat ze dat geld moeten sparen om later iets mooi's voorzichzelf te kopen dat wordt wel door de ouders aan hun uitgelegd. Ik zelf ging er alleen maar snoep van kopen.

maandag 19 januari 2009

Zakgeld is leergeld

Zakgeld is leergeld


Jong geleerd is oud gedaan, en dat geldt zeker ook voor het omgaan met geld. Maar op welke leeftijd een kind zakgeld krijgt en hoeveel, daarover verschillen de meningen natuurlijk.



Tine, moeder van Joost: “Onlangs werd Joost 5 jaar. Ik dacht dat het een mooie leeftijd was om met zakgeld te beginnen. Een paar dagen na zijn verjaardag gaf ik hem zijn eerste zakgeld: vijftig cent. Dezelfde middag stond ik met een vol boodschappenkarretje bij de kassa van de supermarkt. Toen ik wilde afrekenen riep Joost blij: ‘Hier mama, ik heb wel geld’, en overhandigde mij trots zijn muntje van vijftig eurocent.” Jonge kinderen snappen nog niet zo veel van geld. Je hebt het nodig om dingen te kopen, maar als het op is haal je gewoon nieuwe centjes uit de muur. Of iets duur is of goedkoop daarvan hebben ze geen benul. Veel of weinig geld zegt ze niets. En zo’n glinsterende munt met een gouden randje is ook vast en zeker meer waard dan papiergeld. Met een munt van vijftig eurocent kan je dus vast wel een wagen vol boodschappen betalen.


Wat vind jij wanneer moeten we nou beginnen met zakgeld?
Hoe denken jullie nou er echt over of hoe zouden jullie het doen.????